donderdag 8 maart 2012

Poerim, het Lotenfeest






Oorsprong van het feest


Poerim (afgeleid van 'pur' dat 'lot' betekent) is het Lotenfeest dat de Joden de triomf van Mordechai en Esther vieren over de boosaardige samenzwering van Haman, de grootvizier van Perzië, met het doel de Joden in dat land te vernietigen. De rol van de beroemde en beeldschone Perzische koningin Esther (de Megilla), die op deze dag in de synagoge wordt gelezen, is zeker het meest perfekte korte verhaal dat geschreven werd en dat de aandacht van begin tot einde vasthoudt. Als gevolg van het feit dat Esther tot koningin gekozen werd, is het haar gegeven haar volk te redden. De Jodenhater Haman wordt berecht en de Jood Mordechai wordt benoemd tot grootvizier van de Perzische koning Ahasveros (Xerxes). 




De megilla, De rol van Esther
 Wanneer tijdens de lezing van het Bijbelboek Esther de naam van Haman wordt genoemd, laten de kinderen luidruchtig, soms met ratels, hun gevoelens van afschuw blijken. 


De viering van het Lotenfeest


Poerim is een feest van luidruchtige vrolijkheid, gekostumeerd en met maskers voor, in welk gebruik nog bewaard is gebleven het verbergen van de eigen Joodse afkomst, ten tijde van het plaatsvinden van het verhaal. Het feest lijkt erg veel op carnaval en bezit daardoor ook het karakter van carnaval. In Israël wordt het Lotenfeest tegenwoordig ook gevierd met praalwagens in optochten. Zo'n optocht wordt Ad-jo-jada genoemd, hetgeen betekent: 'tot men niet weet!' Dit is ontleend aan de uitspraak dat op Poerim moet worden gedronken tot het verschil tussen 'gezegend zij Mordechai!' en 'vervloekt zij Haman' niet meer geweten wordt. Ook wordt er een extra feestmaaltijd gehouden, worden aan vrienden lekkernijen toegezonden en worden de armen gedenken. Een bijzonder poerimgebak zijn bepaalde langwerpige pannekoekjes, die omdat ze bij het bakken wat omkrullen, en daardoor enigszins op oren lijken, ook wel 'Hamansoren' oftewel Hamanatischen worden genoemd. 


Hamansoren
Sommige niet-Joden vragen zich af of Poerim exact hetzelfde is als het heidense carnaval. Het antwoord zou nee luiden. Het van oorsprong Roomskatholieke carnaval is beslist niet hetzelfde als het Poerim. Absoluut niet. Ondanks het feit dat het Lotenfeest het karakter van carnaval heeft gekregen. Wat verkleedpartij betreft, is er wel toch een verschil. De Joden verkleden zich om hun eigen Joodse afkomst te verbergen. Precies zoals we in het Bijbelboek Esther lezen dat Esther van haar pleegvader Mordechai haar afkomst niet mocht bekendmaken. (Esther 2:10)  Poerim heeft een diepere betekenis in het Jodendom. Hoewel de naam van God (YHWH) niet in het Bijbelboek Esther genoemd wordt, is het erg interessant om te weten dat Mordechai een verwijzing naar God had gemaakt.


"Want indien gij enigszins zwijgen zult te dezer tijd, zo zal de Joden verkwikking en verlossing uit een andere plaats ontstaan.." 
Esther 4:14 (Statenvertaling)


Waarom het Poerimfeest een diepere betekenis heeft, gaan we lezen wat de Bijbel ons zal vertellen:


"Om over hen te bevestigen, dat zij zouden onderhouden den veertienden dag der maand Adar, en de vijftienden dag derzelve, in alle en in ieder jaar; Naar de dagen, in dewelke de Joden tot rust gekomen waren van hun vijanden, en de maand, die hun veranderd was van droefenis in blijdschap, en van rouw in een vrolijken dag; dat zij dezelve dagen maken zouden tot dagen der maaltijden, en der vreugde, en der zending van delen aan elkander, en der gaven aan de armen. En de Joden namen aan te doen, wat zij begonnen hadden, en dat Mordechai aan hen geschreven had. Omdat Haman, de zoon van Hammedáth, den Agagiet, aller Joden vijand, tegen de Joden gedacht had hen om te brengen; en dat hij het Pur, dat is, het lot had geworpen, om hen te verslaan, en om hen om te brengen. Maar als zij voor den koning was, heeft hij door brieven bevolen, dat zijn boze gedachte, die hij gedacht had over de Joden, op zijn hoofd zou wederkeren; en men heeft hem en zijn zonen aan de galg gehangen. Daarom noemt men die dagen Purim, van die naam van dat Pur."
Esther 9:21-26 (Statenvertaling)


Rabbijn S.P.H. de Vries legde uit wat de diepe betekenis is van het Poerimfeest:


"Poerim, het Lotenfeest, is in Israël altijd de dag van pret, van jool geweest en is nog altijd populair. In populariteit kan geen andere feestelijke dag ermee wedijveren. Poerim vraagt geen offers dan alleen zulke, die men gaarne brengt. Het verlangt geen werkonthouding, geen sluiting van zaken, geen stoornis in bedrijf, beroep of ambt. De bezigheden gaan door. Het vraagt het houden van een maaltijd, gebiedt te eten en te drinken. Het gebiedt de vreugde. Het gebiedt de weldaad aan armen: het maal van Poerim met de vreugde van Poerim ook in hun huizen te brengen. De historische aanleiding van deze feestelijke gedenkdag vindt ge in het Bijbelboek: 'de rol van Esther'. Leest ge haar over, doe het dan eens in de volgende belichting: Wij zijn in het Perzisch-Medische rijk. De grote stichting van de grote Cyrus. Deze Cyrus was de verlosser geweest, de door God gekozen held, die aan de Judeeërs de vrijheid uit de Babylonische ballingschap had verkondigd:'Gaat heen, gij kinderen van het volk Gods. Terug naar uw haardsteden. De God van hemel en aarde heeft mij geboden u dit te zeggen.' (1)


Waarom de Joden tijdens het Poerimfeest maskers dragen en zich verkleden, heeft de rabbijn ook uitgelegd:


"Zo genoten zij een zekere uiterlijke vrijheid, doch waren echte slaven in de vrijheid. Zodat, wellicht ook daarom, Esther, later zo maar zonder blikken of blozen kon verklaren, dat zij gezwegen zou hebben, als ze enkel tot slaven en slavinnen verkocht waren geworden. Dus verstopten zij hun afstamming. Dus droegen ze maskers! 'En een Jood leefde er in de burcht Susan, die Mordechai heette en van hoge Joodse afkomst was. En die zat in de poort des Konings...' En wat Mordechai nu deed en aan zijn pleegkind beval haar afkomst te verheimelijken - toen de schone maagden uit Perzië en Medië bijeen werden gebracht, opdat de monarch een keuze zou doen, dat was volkomen in overeenstemming emt de verhouding en met de mentaliteit der Joden te midden der Perzisch-Medische maatschappij en de daar heersende nationaal-politieke toestanden, verhoudingen en stromingen. Doch de tijden kenterden. Er kwam een Haman. En het duurde niet lang of de maskers hielpen niet meer. Zij begonnen integendeel te drukken. De oer-Perzen kenden toch hun namen wel. De mensen 'in de poort des konings' in wier gezelschap Mordechai verkeerde, wisten wel dat hij een Jood was. En toen hij zich niet dadelijk aan het bevel des konings en van Haman, om voor deze te knielen, onderwierp, konden zij zich dat ten enenmale niet voorstellen. Een Jood, die zich niet wilde buigen! Dat was een unicum! Daar moesten ze meer van hebben. En zij vertelden het aan Haman om te zien of Mordechai - of een Jood - hierin woord zou houden. Doch Mordechai had de kentering der tijden nu gevoeld en begrepen. En zij hadden hem innerlijk veranderd. Zij hadden hem gerevolutioneerd. En toen de beproeving voor hem kwam te staan, rukte hij het masker af. En stond hij overeind als een echte Jood, als een nieuw mens, als een man van de daad, in innerlijke vrijheid, in vrede en harmonie met zichzelf. En hij waagde alles. En hij won." (1)


Een belangrijk verschil met het heidense carnaval is dat aan de vooravond van het vieren van Poerim eerst tevoren de vastendag wordt gehouden. Bij het oud-heidense en katholieke Carnaval is het omgekeerd: eerst feestvieren en daarna 40 dagen vasten! De rabbijn schreef heel duidelijk:


"Eerst, de dag van tevoren, vastendag. De vastendag van Esther. Esther en de bedreigde Joden in Susan en overal hebben ook gevast, voordat Esther de kritieke gang naar de koning ondernam. Dan, s'avonds, aan het einde van de vastendag, ter synagoge! Naar de voorlezing van de Rol van Esther! De geschiedenis wordt opgefrist. En hoe! De voorlezing geschiedt uit een op perkament geschreven rol en wordt door de gemeente gevolgd, zo behoort het althans, uit eveneens aldus vervaardigde rollen. De stemming is meer prettig dan plechtig."


Here Jezus (in het Hebreeuws Yeshua HaMesjiach), zelf een Jood, heeft erop gewezen dat bij het vasten hoort ook het gebed. "Maar dit geslacht vaart niet uit, dan door bidden en vasten." (Matthéüs 17:21) De Joden die in de grote benauwdheid zitten, vasten niet alleen maar bidden ook! Wat drinkgelagen betreft, is er nog ook een belangrijk verschil tussen carnaval en Poerim. De Bijbel waarschuwt ernstig tegen drankmisbruik. De apostel Paulus zei ook dat men vrij is maar niet losbandig moet zijn. Hij schreef:"Alles is mij geoorloofd, maar niet alles is nuttig. Alles is mij geoorloofd, maar ik zal mij door niets laten knechten. Het voedsel si voor de maag en de maag voor het voedsel, en God zal zowel het een als het ander teniet doen. Maar het lichaam is niet voor de hoererij, doch voor de Here, en de Here voor het lichaam." (I Corinthiërs 6:12-13) De rabbijn heeft nog heel helder en duidelijk geschreven in zijn boek:


"Het Poerimmaal, de volgende dag, is een feestelijk maal. Ieder naar vermogen. Er hoort ook wijn bij als het kan. Maar niet, zoals op sabbat, ter plechtige begroeting van de dag, de gast, de koningin. Hier dient de wijn heel eenvoudig om gedronken te worden. Nu mag, nu moet men eens drinken. Natuurlijk ontbreekt het in de rituele boeken hierbij niet aan waarschuwingen, dat het drinken niet tot uitgelatenheid, tot dronkenschap, tot losbandigheid mag leiden. Maar drinken is plicht. Het is immers Poerim!" (1)


Het Poerimfeest is duidelijk Bijbels. We moeten wel weten wat het verschil is tussen Poerim en carnaval. Er zijn licht en duisternis, goed en kwaad. Poerim is ook een feest dat het goede heeft gezegevierd over het kwaad! 


Koningin Esther
Hoewel de Jodenhater Haman gevallen en opgehangen was, leeft het antisemitisme nog steeds voort. Precies zoals de rabbijn ook zei:"Nieuwe kleur heef Poerim niet gekregen. Het is een galoethfeest: feestelijke herdenking en viering van ballingschapsangst en van redding in de ballingschap. Blijvende zege heeft Poerim niet gebracht. Perzië is verdwenen. Pogroms zijn gebleven. Haman leeft nog. En Mordechai is niet dood." (1) De rabbijn had gelijk. Adolf Hitler was de moderne Haman van de twintigste eeuw. Vandaag lopen nog steeds zulke typen als Haman! Ahmadinejad is er één van hen, die naar de vernietiging van het Joodse volk streven. De haters van Israël gaan ten onder en moeten zwaar boeten voor hun misdaden. Maar het volk Israël is nog altijd springlevend! Israël is het levende bewijs dat God echt bestaat. 


Het is opvallend dat de christenen het Joodse Poerimfeest nooit vieren. Natuurlijk niet. Eeuwenlang hebben de christenen het voorbeeld van Haman, de grote vijand van het Joodse volk, gevolgd en zich schandelijk gedragen. De christelijke kerk heeft een grote zonde begaan door het Joodse volk te vervolgen en te verketteren. Ook had de kerk niet alleen Pesach maar ook Poerim verketterd!! Zolang de christenen hun zonden niet belijden aan God, horen zij het Joodse feest niet mee te vieren! Als u een christen bent, moet u echter goed overdenken! Wees niet overmoedig deel te nemen aan het Poerimfeest. Aan christenen heb ik een waarschuwing: Jodenhaters beërven het Koninkrijk Gods niet! De christenen weten dat aan het eind van het carnaval wordt de pop van prins carnaval verbrand. Bij het Poerimfeest verbranden de Joden ook de pop van de Jodenhater Haman!! Christenen die het Joodse volk met het hart liefhebben, mogen natuurlijk het feest meevieren, als de Joden het maar goedvinden. 


Korte biografie van de bijzondere rabbijn Simon de Vries


Rabbijn S.P.H. de Vries (1870-1944) was geboren en opgetogen in het Achterhoekse Neede. Aangezien er geen synagoge in zijn geboorteplaats was, ging hij naar de sjoel van Borculo, waar hij ook Joodse les kreeg. Vanwege zijn bijzondere aanleg en uitmuntenheid begon hij al op dertienjarige leeftijd een rabbijnenstudie aan het Nederlands Israëlitisch Seminarium te Amsterdam. In de sjoel van het nabijgelegen Haaksbergen trouwde hij met Judith de Jong, dochter uit een lokale middenstandsfamilie. Na zijn afstuderen werd hij rabbijn van de Joodse gemeente van Haarlem. Ook werd hij later geestelijk verzorger voor Joodse pyschiaterische patiënten en gevangenen. Voorts was hij als publicist en leraar Hebreeuws op diverse scholen actief. Voor allerlei bladen schreef hij artikelen zoals een uiteenzetting van het Joodse geloof voor niet-joden in de Oprechte Haarlemsche Courant. In de jaren 1928-1932 verscheen zijn grote werk, bestaand uit twee delen over het Jodendom, getiteld Joodsche riten en symbolen. Het werd meermalen herdrukt en dient nog altijd als vraagstuk over het Jodendom. Ook schreef hij een leerboek Hebreeuws. Rabbijn Simon de Vries was een voorstander van het Zionisme, een opvatting waarin hij werd bestreden door andere orthodoxe Joden. In 1940 legde hij zijn rabbinale werk bij de Joodse gemeente van Haarlem neer en ging met emeritaat (pensioen van een hoogleraar, magistraat of geestelijke). Twee jaar later moest hij op aanwijzing van de Duitse bezetter naar Amsterdam verhuizen, waarvan hij in 1943 werd gedeporteerd naar het kamp Westerbork. De rabbijn, wiens geestesgesteldheid sterk bleef, was een steun voor andere kampbewoners. Begin 1944 werd hij met zijn vrouw naar het Duitse concentratiekamp Bergen-Belsen afgevoerd, waar hij op 73 jarige leeftijd omkwam. (2)


Om Sions wil zal ik niet zwijgen. Ik wens de Joden een goed poerim! God zegene u. 




                                                                   Paul


Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de blogger. Zonder toestemming van blogger Paul zijn vermenigvuldiging, eigen gebruik en publicatie in een ander blog verboden. 


Bronnen en referenties:


(1) Joodse riten en symbolen. Door rabbijn S.P.H de Vries
(2) nl.wikipedia.org/wiki/Simon de Vries







1 opmerking:

Hanne Leempoels zei

Ik vind het wel interessant!